Thematische lezingen
Handschrift
Meer lezen? 
Tekenende handen,
M.C. Escher, 1948
In deze thematische lezing staat het handschrift centraal; in een gevarieerd aanbod worden afbeeldingen van kunstwerken getoond waarin dit thema terug is te vinden. In oude manuscripten zoals het beroemde getijdenboek “Les Tres Riches Heures” door de gebroeders Van Limburg zien we het ‘handschrift’ van deze drie broers terug. Maar ook op architectuur vind je handschrift. Het kan echter ook een onderdeel van een kunstwerk zijn, of de boodschap van de kunstenaar rechtstreeks overbrengen. Dit werd al gedaan door Rembrandt, maar is ook zichtbaar bij de surrealist Magritte.
In het tweede deel van de lezing zal het accent vooral liggen op moderne kunst met het ‘handschrift als gebaar’ door Cy Twombly en Marc Tobey. Er is aandacht voor de van oorsprong Amerikaanse stroming Action Painting. Hierbij is de actie of de hand van de kunstenaar letterlijk de bepalende factor. Dit is onder meer herkenbaar in de werken van Jackson Pollock.
Daarnaast bestaat er ook het figuurlijke handschrift, waarbij de eigen stijl van de kunstenaar herkenbaar is. In die gevallen zou je kunnen spreken van een ‘eigen handschrift’; we kennen tenslotte allemaal die uitdrukking: dat is een echte Mondriaan, Picasso of Willink!
Humor
en vervalsing in de beeldende kunst
Meer lezen? 
Vervalsing...
In deze lezing wordt ingegaan op wat echt is en wat niet. Daarnaast is de beleving van de beschouwer op het kunstwerk van essentieel belang voor de ‘waarde’ van het werk. Veel kunstenaars maken kunst met een knipoog door de keuze van onderwerp, maar ook door compositie of gekozen materialen. Ze verwijzen daarmee naar collega’s. Naast de beroemde vervalser Van Meegeren heeft ook Geert Jan Jansen van zich laten horen. Wist u dat er een heus museum van Vervalste Kunst bestaat? (in het plaatje Vledder) U treft er een grote collectie vervalsingen aan. Het is een bijzondere ontdekkingstocht langs verbluffende creaties.
Inspiratie
Meer lezen? 
Het ontwaken van de inspiratie,
G. Moreau, 1858
In deze thematische lezing wordt de vraag gesteld wat inspiratie inhoudt: is het zichtbaar, tastbaar, herkenbaar? Sommige kunstenaars vinden het in de natuur (Romantiek), anderen in een gedicht of een toneelstuk (Gerhardt, Delacroix). Soms spelen vrouwen een belangrijke rol: ze worden de muze van de kunstenaar (Manet, Klimt).
Terwijl de één zweert bij het strak geometrische, (Mondriaan) laat de ander zich alleen leiden door de vloeiende lijnen uit de natuur (Morris, Henri van de Velde, Alberts en van Huut). Ook maatschappelijke verhoudingen en -ontwikkelingen zijn inspiratiebronnen (Willink, Warhol). De ene kunstenaar inspireert de ander, ook al zijn ze in tijd vele eeuwen van elkaar gescheiden (Rodin, Michelangelo). Geen kunstenaar kan zonder; inspiratie is van alle tijden, disciplines, stromingen. En als we de bron van inspiratie (her)kennen, kan het kunstwerk voor de beschouwer extra interessant worden.
Kunst
op het toneel
Meer lezen? 
Kostuumontwerp voor
het ballet La Parade,
Pablo Picasso, 1917
In deze thematische lezing staat de feestelijke wereld van het theater centraal en wordt uitgelegd hoe dit kan worden vertaald naar de wereld van de beeldende kunst. We beginnen met de klassieke ‘commedia dell’arte’. Dan neemt de toneelgeschiedenis een wending: terwijl voorheen de podiumkunsten strikt gescheiden werden van de beeldende kunsten neemt de integratie van beide aan het eind van de 19e en begin 20ste eeuw toe. De acteurs en actrices worden zelfs ‘aangekleed’ door avant-garde schilders als Picasso, Miro, Léger en vele anderen. Bovendien wordt het decor opgevat als een schilderij waarin zij zich vrij kunnen bewegen. De rol van toneel en theater in de beeldende kunst en vice versa wordt steeds belangrijker. De Rus Diaghilev met zijn ‘Ballets Russes’ en speelt hierbij een hoofdrol.
Natuurlijk staan we ook stil bij de promotie van de sterren in affiches van bijvoorbeeld Toulouse Lautrec en Alphonse Mucha. In de jaren ’20 is de invloed van het toneel/theater nog steeds van groot belang, wat o.a. te zien is in de kunstenaarsopleiding van het Bauhaus. Oskar Schlemmer ontwerpt het beroemde “Triadische ballet’ en de daarbij behorende kostuums. Laat u meevoeren door de wereld van “Glitter & Glamour” en geniet van schouwburg, schouwspel en schilderij!
De kus in de kunst
Meer lezen? 
De kus,
Brâncuşi, 1909
Wat hebben Constantin Brâncuşi, Pablo Picasso, Edvard Munch, Auguste Rodin en Gustav Klimt gemeen, behalve dat het beroemde kunstenaars zijn? Een mogelijk antwoord op die vraag is: ze hebben zich allemaal door 'De Kus' laten inspireren. Ieder van hen heeft zich over dit onderwerp gebogen en een uniek kunstwerk geschapen. Maar zij zijn niet alleen: talloze kunstenaars uit diverse perioden en in diverse disciplines, hebben zich aan dit onderwerp gewaagd.
Verschillende betekenissen komen in deze thematische lezing naar voren: zo zien we zien verliefde kussen, vriendschappelijke kussen, moederkussen, afscheidskussen en nog veel meer.
Kerst
in de kunst
Meer lezen? 
Li'l Angel,
Keith Haring, 1984
Kerstkaarten van nu zeggen niets meer over kerst zelf; een enkele keer krijgen we een kaart waarop een scene met de hoofdrolspelers wordt afgebeeld: Jozef, Maria en Jezus, de herders en koningen. De meesten onder ons weten niet (meer) hoe die koningen heten en zijn verbaasd over het feit dat er ook voorstellingen zijn met een vroedvrouw! Waarom zijn de os en ezel een vast gegeven in het geheel en waarom wordt Jozef als een oude man afgebeeld?
Antwoorden op deze vragen komen er tijdens deze thematische lezing. Iedereen kent de betekenis van kerst, namelijk de geboorte van Jezus. In de geschiedenis van de Westerse kunst is dit verhaal jaren een bron van inspiratie geweest; we vinden het thema terug in de beeldhouwkunst, maar vooral in de schilderkunst. Hoe het verhaal wordt weergegeven in de verschillende perioden is heel divers. Laat u verrassen door het verhaal zoals het met behulp van afbeeldingen door kunstenaars als Rembrandt, Rubens en Italiaanse meesters is uitgebeeld en hoe ieder door zijn eigen visie tot een andere voorstelling kwam.
Metamorfose
Meer lezen? 
De metamorfose van Daphne,
Bernini
De metamorfose: een populaire kreet in onze tijd die wordt toegepast in bijvoorbeeld binnenhuisarchitectuur, mode en tuinontwerpen. In principe gaat het dan om een radicale, uiterlijke verandering, die zo opvallend is dat twee keer kijken noodzakelijk is. In deze thematische lezing zal worden aangetoond dat de metamorfose ook binnen de beeldende kunst herhaaldelijk is terug te vinden.
Van oudsher is de schrijver Ovidius de inspiratiebron: hij beschrijft gedaanteveranderingen bij goden en godinnen die weer zijn weergegeven in de beeldtaal van Westerse kunstenaars, in de Griekse en Romeinse tijd, de Renaissance, maar ook in de kunst van de twintigste eeuw.
Portretkunst
Meer lezen? 
Madame Matisse
(De Groene Streep),
Matisse, 1905
Nagenoeg iedereen heeft wel een gefotografeerd portret van zichzelf en/of zijn meest dierbare familieleden thuis. Een geschilderde beeltenis is zeldzamer, dat blijft nog steeds vooral voorbehouden aan de vermogende liefhebber. Dit is altijd al zo geweest. Vroeger liet men zich vooral portretteren om status en rijkdom te etaleren. Toch vertellen portretten en zelfportretten ons ook veel over de geschiedenis van de kunst. Bovendien weten we dankzij deze kunstwerken hoe men er vroeger uitzag, althans hoe de kunstenaar zijn onderwerp zag.
In deze thematische lezing wordt duidelijk dat we altijd blijven kijken door de ogen van de kunstenaar.
Reflectie
Meer lezen? 
Reflection,
Lucian Freud
Een thematische lezing over een bijzonder onderwerp: reflectie. Het woord kent verschillende betekenissen. Behalve dat de letterlijke betekenis aan de orde wordt gesteld in het licht van het impressionisme en realisme, gaat de lezing ook in op zelfbeeld van de kunstenaars. Wat laat hij ons zien en in hoeverre is dit autobiografisch? Laten de (zelf)portretten misschien meer van de kunstenaar zien, de visie op de mens in het algemeen of de maatschappij? Kunstwerken van o.a. Alice Neel, Picasso, Edward Hopper, Lucian Freud en Hanson worden getoond en besproken.
Sport
en spel in de kunst, vanaf 1400
Meer lezen? 
Kinderspelen,
Pieter Breughel, 1565
De lezing over sport en spel begint met een schilderij van Pieter Breughel de Oudere uit 1565: Kinderspelen. Op dit werk zien we kinderen eenvoudige spelletjes doen, buitenshuis. Het zijn de spelletjes van het gewone volk. Waarschijnlijk moesten we daarom ook lachen toen onze (toentertijd jonge) prinsen van Oranje aan deze spelen meededen. Normaliter vermaken zij zich met andere spelen.
Uit schilderijen van Jan Steen, 17de eeuw en Hollands Gouden Eeuw, blijkt dat kegelen en dansen favoriete vrijetijdsbestedingen zijn. Daarna wordt het stil ten aanzien van sport en spel en dat duurt tot de 19de eeuw. Een sporadisch schilderij van een kind dat eruit ziet als een volwassene met een eenvoudig slaghout in de hand en kledij die geen bewegingsvrijheid toestaat zijn uitzonderlijk.
Internationaal gezien neemt het aantal afbeeldingen weer toe vanaf de 19de eeuw; kunsthistorisch gezien de periode van het impressionisme. De schilder trekt voor het eerst met palet, verf en schildersezel naar buiten om indrukken van (zon)licht, natuur en spontane scènes vast te leggen. Buiten vinden paardenraces, zeilwedstrijden en dansfestijnen plaats. Aan de kunstenaar de uitdaging deze sportimpressies vast te leggen.
De overgang van de 19de naar de 20ste eeuw levert de grootste verzameling sport en spel op. Men heeft meer tijd en middelen tot zijn beschikking, er worden grote stappen gezet op industriële gebied en dit alles resulteert in nieuwe sporten zoals fietsen, golven, autoracen. Aangezien het werk “Het Dansfeest” van Jan Steen door mij gezien wordt als een exponent van ‘sport en spel’ mag het werk van Edgar Degas niet ontbreken. Als in de Art Nouveau (1900-1915) het affiche een populair medium wordt om reclame te maken, zien we ook hier afbeeldingen van sport en spel verschijnen. Kenmerkend: prachtige lijnvoering en sierlijkheid.
Ten slotte blijkt ook de abstracte kunstenaar zijn bijdrage te leveren aan het onderwerp “sport en spel”.
Sublieme
schoonheid van afval
Meer lezen? 
Sublieme schoonheid
Het begon in de jaren '60 in Italië: de kunstenaar bedacht dat het onzinnig was om altijd maar beelden te maken in brons, terwijl er ook veel andere, goedkopere materialen voor handen waren, zoals sprokkelhout of neonbuizen. De Arte Povera, of armeluiskunst, dekte de lading van een nieuwe stroming. Ook in Frankrijk dook afvalkunst op, poubelles gevuld met oude rotzooi. In de jaren '90 bereikt de ‘waste art’ van Damian Hurst een volgend hoogtepunt. In de 21st eeuw is afvalkunst nog steeds actueel en neemt alleen nog maar in betekenis toe. Eco-design en kunstvoorwerpen opgebouwd uit afgedankte materialen lijken een echo van de veranderende opvatting. Revival van Recycle!
Vrouwen
in de beeldende kunst
Meer lezen? 
Nana Power,
Nikki de Saint Phalle
In deze thematische lezing beginnen we met een overzicht van de geschiedenis, noodzakelijk om inzicht te krijgen in hetgeen er door vrouwen op het gebied van de beeldende kunst is bereikt. Wie waren de eerste kunstenaressen in de beeldende kunst, hoe was het met de opleidingsmogelijkheden, spelen familierelaties en man/vrouw-relaties een rol en hoe is de emancipatie van de vrouw terug te vinden in dit geheel?
Dit zijn enige overdenkingen die zullen worden aangestipt in deze lezing. De nadruk ligt op de kunstwerken zelf, waarbij werken uit de laat 19de en begin 20ste eeuw de meeste aandacht zullen krijgen. Met een lach en een traan worden schilderijen en beeldhouwwerken getoond, met uitleg over stijl, motief, materiaal en andere ter zaken doende informatie.



